Noa: ‘Na oma’s dood bleef ik continu alert’ 

Wietske en Inge

Team Online Rouwsupport

13 Mei 2026

2 min leestijd

ORS_L_A6

Nadat Noa haar oma verliest, weet ze de stress van de laatste weken maar niet van zich af te schudden. Pas als ze even helemaal buiten haar bubbel treedt, komt haar rouwproces eindelijk op gang.

‘Alle oma’s gaan een keer dood, wist ik. De mijne ook. Maar ik was meer bezig met alle leuke momenten. Die waren er veel. Oma en opa woonden heel mijn leven bij ons om de hoek. Ze hielpen mijn ouders bij de opvoeding van mijn zusje en mij. We kwamen dagelijks bij elkaar over de vloer, aten meestal samen en gingen twee keer per jaar met z’n allen op vakantie. De band tussen oma, mijn moeder, mijn zusje en mij was extra speciaal. Met z’n viertjes waren we ook beste vriendinnen.

Paniek

De schok was dan ook enorm toen oma viereneenhalf jaar geleden maagkanker bleek te hebben. Ik voelde enorme paniek bij de gedachte dat ik haar zou moeten missen. Ik was ook erg bezorgd om mijn familie. Wat zou het doen met mijn opa? Hij en oma waren samen zo’n hecht team. En hoe zou het zijn voor mijn moeder, die zo gek op haar was?

 

Superkrachten

Na de diagnose gingen er vijf maanden voorbij waarin er weinig aan de hand was. Oma voelde zich niet slecht en behalve dat we wat meer foto’s maakten bij leuke gebeurtenissen, veranderde er weinig. Daarna werd ze steeds zieker. Eten ging steeds moeilijker en ze had veel pijn.

Mijn moeder en ik waren er elke dag om voor haar te zorgen. Ik hielp oma ook met de voorbereidingen voor haar uitvaart. Ondertussen ging ik gewoon naar school, had ik een sociaal leven en speelde op de achtergrond ook nog corona. Ik hield honderdduizend ballen in de lucht. Maar alles wat ik wilde doen, kon ik aan. Het leek wel of ik superkrachten had.

 

Continu alert

Na een ziekbed van twee maanden overleed oma. Vanaf dat moment voelde ik me vreselijk onrustig. Mijn lichaam stond strak van de spanning en elke dag had ik migraine. Wekenlang had ik dag en nacht aangestaan, altijd in de startblokken om naar oma te rennen als het nodig was. Dat hoefde niet meer, maar ik kon de uitknop niet vinden: ik bleef continu alert.

Ik zocht hiervoor hulp bij de praktijkondersteuner. Die wilde met mij mijn leven in kaart brengen en adviseerde om een fotoalbum van oma te maken. Maar dat was niet wat ik nodig had, voelde ik. Acupunctuur bleek een beter middel om de hoofdpijn onder controle te krijgen en mijn zenuwstelsel te kalmeren.

 

"Wekenlang had ik dag en nacht aangestaan, altijd in de startblokken om naar oma te rennen als het nodig was. Dat hoefde niet meer, maar ik kon de uitknop niet vinden: ik bleef continu alert."

 

Schone lei

De rust in mij keerde pas echt terug door mijn reis naar Wenen, anderhalf jaar later. Ik ging daarheen om te studeren. Eenmaal daar merkte ik hoe fijn ik het vond om uit mijn normale bubbel te zijn. Even helemaal op mezelf, in een nieuwe omgeving met mensen die niet vroegen hoe het met me ging, maar voor wie ik gewoon Noa was. Een schone lei.

 

Eindelijk rouwen

In die zes maanden in het buitenland ging stress over in missen en nadenken. Ik liet alle gebeurtenissen opnieuw de revue passeren. Was het gegaan zoals we wilden? En had ik het allemaal goed gedaan? Terugkijkend denk ik dat toen pas hetechte rouwen begon. Dat was zwaar, maar het deed me ook goed. Alles kreeg een plekje in mijn hoofd. Hierna kreeg het verdriet om oma een steeds minder prominente rol in mijn dagelijks leven.

 

Voor altijd bij ons

Toen ze ziek was, zei oma altijd: ‘Ook als ik er lichamelijk niet meer ben, blijf ik gewoon bij jullie.’ Zo voelt het nu ook. Regelmatig klinkt opeens een van haar favoriete liedjes op de radio, net als ik aan haar denk. En toen ik afgelopen winter een moment had waarop ik er helemaal doorheen zat met mijn studie, verscheen er een vlindertje voor het raam. Ik denk dat oma zo laat weten dat het goed is. Er zijn vast mensen die dat zweverig vinden, maar dat kan me niks schelen; ik haal veel steun uit deze gedachte.

 

Nog dichter bij elkaar

Door het verlies van oma geniet ik tegenwoordig bewuster van de momenten met de mensen die nog wel in leven zijn. Ik ga bijvoorbeeld nooit meer de deur zonder mijn ouders doei te zeggen of een kus te geven. Ik dacht niet dat het mogelijk was, maar we zijn als familie nog closer geworden. Niet alleen gedeelde liefde verbindt, ook gedeeld verdriet, weet ik nu.’